Historie

Een in het oog springend kunstwerk siert de muur van de voormalige broodfabriek op de hoek van de Krugerkade en het Mandelapark. Dit kunstwerk in baksteen is van de Haarlemse kunstenaar Levinus Tollenaar (1918-1970). Tollenaar was lid van een collectief van kunstenaars De Groep uit Haarlem. Zijn figuratief muurreliëf heet ‘Ode aan de Bakker’ en de voorstellingen tonen de allegorie van het brood bakken: van het zaaien van het graan tot aan het consumeren van het brood.

Levinus Tollenaar


Tollenaar werkte onder andere als schilder, beeldhouwer en glaskunstenaar en was lid van de Haarlemse kunstenaarsvereniging De Groep. Daarnaast werkte Tollenaar als recensent, docent expressieve vakken aan de Kennemer Streekschool en als kunstadviseur. In Haarlem zijn meerdere monumentale kunstwerken van zijn hand bekend die zich in of aan (semi-)openbare gebouwen bevinden, zoals o.a. de fresco’s in ijssalon Garrone in de grote Houtstraat en eveneens een gemetseld plastiek in de Petrus LTS op de hoek van de Amsterdamse Vaart met de Prins Bernhardlaan.

 

Productie, industrie en handel


Bakkerij Vermaat midden 20e eeuw

De fabriek van Bakkerij Vermaat opende op 28 februari 1964 en had ongeveer 350 personeelsleden, die in deze hypermoderne fabriek samen ‘ een brood per minuut’ konden bakken – de grootste productie in Nederland met efficiënte aanvoer per vrachtwagen, volautomatische installaties in deegkamers, rijskamers en ovens op circa 10.000 m2.

Het architectonisch ontwerp van de fabriek is bedacht in volledige samenhang met dit productieproces. Op basis van de originele plattegrond is het verhaal van het broodbakken precies te volgen: van de aanvoer van grondstoffen tot de afvoer van het verse brood, klaar voor de levering. Aan de buitenzijde sluit het interne productieproces van het gebouw aan op de omgeving met het kleinschalige karakter van het exterieur van het grote complex. De gevels hebben een op het praktisch gebruik gericht uiterlijk. De gevel aan het park is redelijk gesloten. Aan de straatkant (Paul Krugerkade), waar de kantoren zijn, is de gevel meer open.

Ooit – in de tweede helft van de 20e eeuw - was de Bakkerij van Vermaat de grootste broodfabriek van Nederland, waar alles diende om het beste brood voor de laagste prijs te leveren. Een aan de Haarlemse gemeenteraad verbonden Stichting uit 1950 - de Stichting tot ontwikkeling van de industrie te Haarlem – ondersteunde de wens van Vermaat om een nieuwe fabriek te bouwen op een plek dicht bij te stad, zodat dit de broodbezorging vergemakkelijkte. Zo begon Vermaat in 1959 aan de bouw van een moderne, ruim bemeten fabriek op het terrein van de voormalige werf Conrad. Menig Haarlemmer herinnert zich nog van vroeger de geur van versgebakken brood, die de buurt rondom het gebouw altijd lekker deed ruiken.

Conradwerf eind 19e eeuw

Daarvoor, zo eind 19e en begin 20e eeuw, was deze plek aan het water van het Spaarne echter een haven voor zware industrie. De werf Conrad maakte baggermolens, schepen en diepboormateriaal met een afzetmarkt tot ver voorbij de Hollandse grenzen. De werf lag op een strategische plek: relatief dicht bij de havens van Amsterdam en IJmuiden, sinds 1876 bereikbaar via het Noordzeekanaal. Zowel aan de noordzijde als de zuidzijde lag een haventje, waardoor water de werf als een eilandje omringde – met een verbinding van ophaalbruggen. Door de verstedelijking aan het begin van de 20e eeuw verloor de werf Conrad in korte tijd zijn geïsoleerde ligging. De industrie langs de Spaardamseweg ontwikkelde zich nog beperkt. De ruimte in de Waarderpolder aan de overkant bood meer en betere ruimte aan het Spaarne. Na de oorlog was een nieuwe bestemming nodig voor het gebied en kwam de locatie voor de broodfabriek in het vizier.

Handelsactiviteiten vanaf de 11e eeuw

Nog verder terug in de geschiedenis bestaat langs de westelijke oever van het Spaarne al vroeg pre-industriële bedrijvigheid: op een kaart uit de 17e eeuw is te zien hoe op die strook diverse molens staan. Het oude Haarlem is echter al ontstaan in de vroege Middeleeuwen aan de rand van een strandwal. Hier naderden de oude handelsroute tussen Noord-Holland en Zuid-Holland en de rivier het Spaarne elkaar. In de 11e eeuw trok de deze onderlinge nabijheid en de vestiging van een grafelijk hof op deze strandwallen, reeds ambachtelijke- en handelsactiviteiten aan.